Inspiratie: haiku’s van Basho

Een bezoek aan het Kashima heiligdom

De Japanse dichter Basho schreef vijf verhalen over de zwerftochten die hij in de 17e eeuw maakte door de onherbergzame streken van Japan. Gebeurtenissen onderweg, de schoonheid van het landschap en zijn eigen ervaringen worden afgewisseld met korte gedichten – haiku’s – waarin hij zijn belevenissen als in een flits weergeeft. Het reisverslag geeft een helder inzicht in het raadselachtige leven van de dichter, en de moeilijkheden die hij ondervindt bij het reizen en bij het zoeken naar zichzelf.

Denkend aan de dichter Teishitsu uit Kyoto, gaat Basho op een dag in de herfst weer op reis, bezeten door een onweerstaanbaar verlangen om de volle maan boven het Kashima Heiligdom te zien opkomen. Op deze reis werd hij vergezeld door twee mannen. De één was een jongeman die geen meester had en de ander een zwervende priester. In Fusa, een stad aan de rivier de Tone, huurden zij een boot, en terwijl ze onder de heldere stralen van de maan de rivier afvoeren, kwamen ze bij het heiligdom aan.

De volgende dag echter begon het in de middag te regenen en konden ze op geen enkele manier de opkomst van de volle maan zien.

Basho vertelt dan:

“Men vertelde mij dat de voormalige priester van de Komponji tempel op een eenzame plaats leefde aan de voet van de heuvel waar het heiligdom stond. Ik ging hem opzoeken en kreeg daar onderdak voor de nacht. Het was zo rustig in de kluizenaarshut van de priester dat het in de woorden van een oude dichter “een diep gevoel van meditatie” in mijn hart opriep, en gedurende enkele ogenblikken was ik tenminste in staat om het spijtige gevoel te vergeten dat ik had, omdat ik de opkomst van de volle maan niet had kunnen zien.

Kort voor het aanbreken van de dag begon de maan echter tussen een spleet in de wolken door te schijnen. Ik maakte onmiddellijk de priester wakker en de andere leden van de huishouding kwamen ook uit bed. We zaten lange tijd in uiterste stilte en keken naar het maanlicht dat probeerde om door de wolken heen te breken en luisterden naar het geluid van de druilerige regen. Het was werkelijk heel jammer dat ik zo’n lange weg had afgelegd om alleen maar naar de donkere schaduw van de maan te kijken, maar ik troostte mijzelf door aan de beroemde vrouw te denken die zonder één enkel gedicht te schrijven teruggekeerd was van een lange wandeling die zij gemaakt had om de koekoek te horen.”

 

Basho en zijn twee medereizigers hebben bij deze gelegenheid de volgende gedichten gemaakt:

Zich niet bekommerend om het weer

schijnt de maan hetzelfde;

maar door de drijvende wolken

lijkt het anders.

                (de priester)

 

De maan

even aan de hemel,

de boomtoppen eronder

druipen van regen.

                (Basho)

 

Nadat ik geslapen had

in een tempel,

keek ik naar de maan met een plechtige blik.

                (Basho)

 

Nadat ik geslapen had

in de regen,

richtte de bamboe zich vanzelf op

om naar de maan te kijken.

                (Sora)

 

Hoe eenzaam is het

naar de maan te kijken,

en in een tempel te luisteren

naar het kletteren van de regendruppels.

                (Sora)

 

Uit: Reisverslag van een verweerd skelet, Matsuo Basho

Vertaling uit het Japans naar het Engels: Robert Hartzema

Uitgeverij Meander, 1977