Inspiratie: taoïstische filosofie: “wuxin” (geen hart, geen geest / no-mind)

In Hoofdstuk 4 (“In de wereld der mensen”) van de Zhuangzi, één van de twee klassieke grondwerken van het taoïsme, heeft Confucius het over “het vasten van de geest” tegen zijn lievelingsdiscipel Yan Hui, die erop uit wil trekken om een heerser tot betere inzichten te brengen. Confucius beseft dat dit een erg gevaarlijke onderneming is en geeft Yan Hui de raad als voorbereiding eerst zijn geest te laten vasten. Hij licht toe wat dat inhoudt:

 

“Concentreer al je aandacht. Luister niet

meer met je oren maar luister met je

geest (xin). Luister niet meer met je

geest maar luister met je qi! Luisteren

houdt op bij de oren; de geest komt niet

verder dan symbolen; maar de qi is leeg (xu),

en zo ontmoet hij de dingen. De dao

verzamelt zich alleen daar waar leegte is.

Leeg zijn, dat is het vasten van het hart” 1.

 

Yan Hui heeft Confucius’ woorden begrepen en reageert door te zeggen dat hij nu beseft dat er nooit een Yan Hui is geweest: zijn ego-bewustzijn heeft opgehouden te bestaan. Nu heeft Yan Hui een kans om zijn missie met succes te voltooien. Dit “no-where punt” wordt door Zhuangzi gelokaliseerd in het “hart”. Het Chinese woord “hart” (xin) omvat zowel het verstand, de emoties als het gevoel. Volgens Zhuangzi wordt elk kind geboren met een open en ontvankelijk hart, maar raakt dit in de loop der tijd, onder invloed van opvoeding, opleiding en persoonlijke levenservaringen steeds meer gevuld met bepalingen die de neiging hebben om zich te verabsoluteren. Vandaar dat de levenskunst voor Zhuangzi betekent, dat je dit soort bagage aan de kant leert schuiven, zodat er weer speelruimte en ademruimte vrijkomt om iets anders te ontvangen dan waaraan je gewend bent. Zhuangzi spreekt dan van een “leeg hart” (wuxin). “Leeg” betekent in het taoïsme “open, ontvankelijk, onbevangen”1.

Het ontmantelen van de constructie ego-en-wereld bevrijdt het oorspronkelijke bewustzijn in ons, een open veld zonder bepalingen. Dit oerbewustzijn wordt vergeleken met een heldere spiegel:

 

De allerhoogste mens gebruikt zijn hart

als een spiegel: hij gaat nergens

achteraan en verwelkomt niets, hij

beantwoordt [aan de fenomenen]

zonder ze vast te willen houden1.

 

Referentie

1 Inleiding taoïstische filosofie, Leven vanuit niet-doen, M. Dijkstra (red.)/R. Ransdorp/J. De Meyer/WL Chong.