Inspiratie: verhaaltje uit de bundel “Langzaam zo snel als zij konden”

‘N I E M A N D  W E E T  N AT U U R L I J K  WA A R  I K  W O O N !’ Riep de egel

en hij sloeg zichzelf voor zijn voorhoofd. ‘Vandaar dat ik nooit post krijg!’

Hij zat in een hoek van zijn kamer onder de struik en dacht na over zijn eenzaamheid. Niet dat hij iemand wilde zien, maar hij wilde wel graag eens iets van iemand horen.

Plotseling wist hij wat hem te doen stond. Hij stak zijn stekels op en liep naar de berk, niet ver van de struik. Daar kraste hij in de bast, met een van zijn scherpste stekels:

 

Brieven voor mij gaarne hier bezorgen.

Egel

 

Een klein pijltje wees de plaats aan waar hij zijn post verwachtte: in het mos onder de berk.

Tevreden liep hij weer naar huis. Maar plotseling bedacht hij dat sommige briefschrijvers zichzelf graag uitnodigen zonder op een antwoord te wachten, of zelfs ongevraagd langskomen. En dat is mij te veel, dacht de egel. Ook al wist hij niet wat precies genoeg voor hem was.

Hij liep terug naar de berk en voegde een voetnoot aan zijn mededeling toe:

 

Alleen brieven, niet zelf komen.

 

En even later, toen hij al bijna thuis was, bedacht hij dat brieven vaak uitnodigingen bevatten voor verjaardagen en andere feesten. Hij holde terug naar de berk en schreef een nieuwe voetnoot:

 

Geen uitnodigingen.

 

Toen wreef hij zich tevreden in zijn handen, liep terug naar zijn huis en besloot om de volgende ochtend vroeg te gaan kijken of er al post was.

Die middag kwam de eekhoorn toevallig langs de berk en las de mededeling van de egel.

 

Ach, dacht hij, wat zou ik de egel graag eens opzoeken. Waar zouden we het allemaal niet over kunnen hebben… En wat zou het gezellig zijn als hij morgen op mijn verjaardag kwam!

Maar toen hij de voetnoten had gelezen wist hij dat daar niets van kon komen. Hij pakte een los stuk berkebast, dacht lang na en schreef toen:

 

Beste egel,

Hoi!

Eekhoorn

 

Meer wist hij niet te bedenken, en hij vond het eigenlijk een brief van niets. Maar omdat hij hem toch beter vond dan geen brief legde hij hem in het mos onder de berk.

De volgende ochtend vond de egel hem daar.

Er sprongen tranen in zijn ogen toen hij hem las. Beste egel, las hij telkens weer,

beste egel, beste egel. Ik ben een beste egel, dacht hij.

En om dat niet te vergeten prikte hij de brief aan de onderste stekel van zijn voorhoofd, zodat hij vlak voor zijn ogen hing en hij dus altijd kon lezen, als hij daar zijn twijfels over had, dat hij een beste egel was.

Wat is het heerlijk om post te krijgen, dacht hij die avond in zijn bed in zijn kamer onder de struik. En hij sliep in zonder zich te storen aan het feestgedruis dat van de verjaardag van de eekhoorn afkomstig was.

 Toon tellegen_egel

 

Toon Tellegen

Langzaam zo snel als zij konden (bron: Digitale Bibliotheek voor de Nederlandse Letteren)