Inspiratie: verhaaltje uit de bundel “Brieven aan bijna niemand anders” (Toon Tellegen)

De uil en een mooie zin om mee wakker te worden

(of mee in slaap te vallen…)

 

Aan de rand van het bos in de plataan verkocht de uil brieven.

Hij had zeldzame brieven, vrolijke brieven, zachte brieven en venijnige brieven, brieven die niet te onderscheiden waren van een regenbui of onweer of een boterbloem, brieven die konden sissen, brieven met voelsprieten en schubben, scherpe brieven waarmee je taarten kon aansnijden, brieven die brulden, brieven die konden dienen als deur, brieven die bloeiden en verwelkten en nog veel meer brieven.

Maar er kwam zelden iemand langs om een brief te kopen, en soms verkocht hij alleen een halve brief of een stukje van een brief.

Dan vroeg hij; “wilt u een stuk met Beste of een stuk met Tot gauw?” Met zijn snavel sneed hij dan een stuk uit een brief en verkocht het.

Dan maakte hij kleine stapeltjes met “Hoe gaat het met jou?” en “Met mij gaat het goed”, want die verkocht hij nogal eens aan haastige klanten. Of hij schreef lange, ernstige brieven aan niemand in het bijzonder en legde ze in laden in een kast. Die brieven verkocht hij niet, maar las hij zelf, in de winter, als er dik sneeuw rond de plataan lag.

Roerloos en met dichtgeknepen ogen dacht hij urenlang na over elk woord dat hij schreef.

Als ik echt zou schrijven wat ik denk, dacht hij vaak, dan zou ik toch dingen schrijven….

Maar hij wist niet wat hij dan zou schrijven. Want wat denk ik? dacht hij. Hij wist dat nooit.

Meestal sliep hij met dikke rimpels op zijn voorhoofd in.

Boven zijn bed hing een zin uit een brief die hij langgeleden in het bos had gevonden. Die zin las hij elke ochtend als hij wakker werd. Elke ochtend was hij weer benieuwd naar wat er precies stond.

Er stond in kleine, scheve letters:

Met mij gaat het tamelijk goed.

Als hij dat gelezen had knikte hij en kneep zijn ogen even stijf dicht. Tot zijn verbazing was hij het bijna altijd met die woorden eens.
 

Toon Tellegen