Het schone bewonderen,

het ware behoeden,

het edele vereren,

het goede besluiten,

kan leiden de mens

in zijn leven tot doelen,

in zijn handelen tot ’t juiste,

in zijn voelen tot vrede,

in zijn denken tot licht;

en leert hem vertrouwen

op goddelijke leiding

in alles wat is:

in ’t wijd heelal

in de eigen ziel.

 

Rudolf Steiner

 

All day long a little burro labors, sometimes

with heavy loads on her back and sometimes just with worries

about things that bother only

burros.

 

And worries, as we know, can be more exhausting

than physical labor.

 

Once in a while a kind monk comes

to her stable and brings

a pear, but more

than that,

 

he looks into the burro’s eyes and touches her ears

and for a few seconds the burro is free

and even seems to laugh

because love does

that.

 

Love frees.

 

Thomas van Aquino (1260 – 1328)

 

De uil en een mooie zin om mee wakker te worden

(of mee in slaap te vallen…)

 

Aan de rand van het bos in de plataan verkocht de uil brieven.

Hij had zeldzame brieven, vrolijke brieven, zachte brieven en venijnige brieven, brieven die niet te onderscheiden waren van een regenbui of onweer of een boterbloem, brieven die konden sissen, brieven met voelsprieten en schubben, scherpe brieven waarmee je taarten kon aansnijden, brieven die brulden, brieven die konden dienen als deur, brieven die bloeiden en verwelkten en nog veel meer brieven.

Maar er kwam zelden iemand langs om een brief te kopen, en soms verkocht hij alleen een halve brief of een stukje van een brief.

Dan vroeg hij; “wilt u een stuk met Beste of een stuk met Tot gauw?” Met zijn snavel sneed hij dan een stuk uit een brief en verkocht het.

Dan maakte hij kleine stapeltjes met “Hoe gaat het met jou?” en “Met mij gaat het goed”, want die verkocht hij nogal eens aan haastige klanten. Of hij schreef lange, ernstige brieven aan niemand in het bijzonder en legde ze in laden in een kast. Die brieven verkocht hij niet, maar las hij zelf, in de winter, als er dik sneeuw rond de plataan lag.

Roerloos en met dichtgeknepen ogen dacht hij urenlang na over elk woord dat hij schreef.

Als ik echt zou schrijven wat ik denk, dacht hij vaak, dan zou ik toch dingen schrijven….

Maar hij wist niet wat hij dan zou schrijven. Want wat denk ik? dacht hij. Hij wist dat nooit.

Meestal sliep hij met dikke rimpels op zijn voorhoofd in.

Boven zijn bed hing een zin uit een brief die hij langgeleden in het bos had gevonden. Die zin las hij elke ochtend als hij wakker werd. Elke ochtend was hij weer benieuwd naar wat er precies stond.

Er stond in kleine, scheve letters:

Met mij gaat het tamelijk goed.

Als hij dat gelezen had knikte hij en kneep zijn ogen even stijf dicht. Tot zijn verbazing was hij het bijna altijd met die woorden eens.
 

Toon Tellegen
 

 Het strand is wel mijn vaderland,

de zee synchroniseert nog monotoon

stromen van tegenstrijdigheden.

Toch droom ik soms, dat er een hoge boom

zou staan waaronder ik mij neer kon leggen,

een boom, die breed geloverd in terrassen

van takken vogels bergen zou.

Vogels, die zingen een voor een,

niet tegelijk, en luistrend naar elkaar.

Soms droom ik dat: wanneer ik bang

ben voor de nimmer bange meeuwen

die vrij zijn, maar nooit blij

en die niet zingen, maar òf zwijgen

òf schreeuwen.

 

M.Vasalis

Uit: ‘Vergezichten en gezichten’, 1954.

Op de muziek van Janne Schra & Noordpool orkest:

 

De jaargetijden

 

Die lieve lentemorgenzon

op dat gebloemd gebleekt behang en

waar de wereld mee begon

is door vergeten behang gevangen.

 

De lange zomermiddagen

waar nooit iets in gebeurde

behalve de zon en de regenvlagen

die zo naar een dennenbos geurden,

 

de nog langere herfstschemeringen

vanuit een tuinstoel ondergaan

als heimwee naar herinneringen

aan wat misschien had bestaan

 

en de eindeloze winternachten

gunnen het ondersneeuwen van de

langzaam dovende gedachte

 

dat in mijn bevroren handen

als lentezon een warme zachte

kaars had moeten branden.

 

Leo Vroman

Uit: Soms is alles eeuwig, 2009

 

 

De oudste geleerden al dachten dat
wij worden bewoond door de ziel

ergens moest ons lichaam zijn wat
het was maar dat tegelijkertijd ook niet zijn
iets onvoorstelbaars anders

harde wetenschap heeft nu laten zien
dat dit inderdaad zo is

met de mooiste machines is er gekeken
waar en wanneer onze moleculen veranderen
in zoiets vluchtigs als bijvoorbeeld
een gelukkige herinnering,

en waar en wanneer die herinnering
weer in de moleculen verdwijnt
op dezelfde plek op hetzelfde moment

en jawel: de beeldschermen bleven leeg
en de printers zwegen – duidelijker
bewijs is er niet.

Rutger Kopland

Uit: Over het verlangen naar een sigaret, 2001

Prof. Paul van der Velde, hoogleraar Aziatische religies, verbonden aan de Faculteit Filosofie, Theologie en Religiewetenschappen van de Radboud Universiteit Nijmegen, gaat in dit college in op de reïncarnatie van Avalokiteshvara, de bodhisattva van mededogen. De Dalai Lama (wat letterlijk een monnik met de wijsheid van een oceaan betekent), is binnen het Tibetaans boeddhisme een afstammeling van de lijn van de Gelugpa traditie (ook wel “geelmutsen” genoemd):

Tsongkapha (Lobsang) is de oprichter van de Gelugschool van het Tibetaans boeddhisme. Gendün Drub, geboren nabij Sakya in 1391, was leerling (en waarschijnlijk neef) van Tsongkapha en was de eerste Dalai Lama.

Gendün Drub werd als Pema Dorje in een koeienstal geboren als de 3e zoon van een nomadische familie en groeide als herder op. Op zevenjarige leeftijd ging hij naar het klooster in Narthang. Daar ontmoette hij Khädrub Je (1385-1438). Khedrupje was de eerste pänchen lama. De pänchen lama is na de Dalai Lama de hoogste spirituele leider binnen de Gelugtraditie in Tibet. Een pänchen lama is een tulku. Een tulku is binnen het Tibetaans boeddhisme een reïncarnatie van een verlichte lama. In de boeddhistische filosofie wordt de terugkeer van de tulku naar het menselijk leven gemotiveerd uit mededogen om gelovigen te leiden op het pad van verlichting. “Drupje en Gupje” kregen les van Tsongkhapa. Een jaar voor het overlijden van Tsongkhapa werd Khedrupje de 2e abt van deze orde. Na diens overlijden werd Gendun Druppa de 3e abt van de gelugorde. Het was toen dat hij zijn naam Gendun Druppa kreeg wat “hij die streeft naar volledige deugdzaamheid” betekent.

De derde Dalai Lama, Sönam Gyatso (1543-1588) was de eerste Dalai Lama die de benaming Dalai Lama kreeg. Zijn twee voorgangers als belangrijkste tulku van de gelug, Gendün Drub en Gendün Gyatso, ontvingen die benaming postuum.

Vanaf de vijfde Dalai Lama Ngawang Lobsang Gyatso (1617–1682) kunnen de dalai lama’s beschouwd worden als de belangrijkste lama’s van het Tibetaans boeddhisme. Deze vijfde dalai lama was ook de eerste van de in totaal twee dalai lama’s die werkelijk bestuurlijke en politieke macht over Tibet hebben uitgeoefend. De tweede dalai lama met reële politieke en bestuurlijke macht was de dertiende in de lijn van de successie, Thubten Gyatso (1876–1933). De 6e Dalai Lama, Tsangyang Gyatso, verwierf veel faam als dichter vanwege zijn liefdespoëzie. Het binnen het Tibetaans Boeddhisme gehanteerde begrip “wedergeboorte” kwam terug in zijn gedichten:

 

(1)

In the short walk of this life

We have had our share of joy,

Let us hope to meet again

In the youth of our next life.

 

(2)

Witte kraanvogel

leen me je krachtige vleugels

ver zal ik niet vliegen

vanuit Lithang keer ik weer terug.

 

(3)

Dood, spiegel van onze daden

Heerser van de onderwereld

Niets ging goed in dit leven

Laat het alstublieft goedkomen in het volgende.

 

In het tweede gedicht geeft hij een voorspelling waar de uiteindelijk zevende dalai lama als zijn reïncarnatie ontdekt zou worden. Kälsang Gyatso, de zevende dalai lama werd geboren in Lithang. Het auteurschap door Tsangyang Gyatso van dit gedicht zou echter mythisch bedoeld zijn. Literair-historisch onderzoek in de 20e eeuw heeft overtuigend aangetoond dat Tsangyang Gyatso nooit de auteur van dit gedicht kan zijn.

 

De huidige 14e Dalai Lama, Tenzin Gyatso (1935), zou volgens de overleveringen de laatste re-ïncarnatie van Avalokiteshvara zijn. Nooit meer een Dalai Lama??

 

Paul van Tongeren (1950), studeerde theologie en filosofie in Utrecht en Leuven. Hij was van 1993 tot eind 2015 gewoon hoogleraar wijsgerige ethiek aan de faculteit der wijsbegeerte van de Radboud Universiteit. Sinds 2002 is hij bovendien buitengewoon hoogleraar ethiek aan het Hoger Instituut voor Wijsbegeerte van de KU Leuven. Hij is vooral werkzaam op het gebied van het Nietzsche-onderzoek en op dat van de fundamentele wijsgerige ethiek en haar geschiedenis.

In deze lezing verbindt hij vriendschap en nihilisme volgens Nietzsche. Ook gaat hij in op de geschiedenis van het denken over vriendschap door grote denkers als Aristoteles, Augustinus en Kant, en hoe dat bedreigd wordt door nihilisme.

Van Tongeren: “Niet meer kunnen geloven in de idealen die je ook niet los kunt laten. Die gespletenheid, dat is nihilisme. Vriendschap is zo’n ideaal.”

A song by Herman van Veen and a story by Mary Sue Siegel

 

Everything matters

Alles doet er toe

alles, alles doet er toe

ook wat er niet toe doet, dat doet ertoe

 

alles doet er toe

alles, alles doet er toe

ook wat er niet toe doet, dat doet ertoe

 

de strontvlieg op de paardenhoop

elke uitgesproken mening, doet er toe

 

de gaten in de kaas, de druppel op de plaat

het duimendraaien, schietgebed, het doet er toe

 

de ogen in het schijnlijk, ze doen er toe

de komma in de zin, hij doet er toe

 

het dankjewel en alsjeblieft, het spijt me en pardon

geloof geen hond die zegt dat iets er niet toe doet

 

alles doet er toe

alles, alles doet er toe

ook wat er niet toe doet, dat doet ertoe

 

alles doet er toe

alles, alles doet er toe

ook wat er niet toe doet, dat doet ertoe

 

de vraag is of de doe van toe er ook toe doet.

 

Herman van Veen

 

Everything we do matters

How someone’s positive mindstate and kind act at the crosswalk in Rotterdam in the morning may end up at the Euromast in the evening,

and a negative mood even in Hong Kong…

A story by Mary Sue Siegel

In this talk his Holiness the Dalai Lama addresses topics such as religious harmony (all religions share love, compassion, tolerance and self-discipline), humanity’s responsibility toward compassion and global responsibility (e.g. use of solar energy, use of sea water, planting more trees), and the scientific effects of a compassionate and peaceful mind.